Mobile menu

Off topic: Nabericht powwow Winterswijk
Thread poster: Henk Peelen

Henk Peelen  Identity Verified
Netherlands
Local time: 07:10
Member (2002)
German to Dutch
+ ...
May 17, 2007

Voor de powwow van Winterswijk heb ik Kornelia een beetje bijgestaan door wat te vertellen over een typisch grensoverschrijdend en horny fenomeen als de midwinterhoorn.
Omdat pasen en pinksteren toch niet op één dag willen vallen, ging het dus maar over een lokaal kerstgebruik. Het voorbreidende document werd redelijk lang en misschien vindt iemand het leuk iets te lezen over deze hoorn, al moet ik zeggen dat het vanwege een beperkt aantal bronnen hier en daar wat vaag, speculatief en toeterzat overkomt. Juistheid is niet gegarandeerd voor zo'n hemelbestormend onderwerp dat op Donarsdag op het internet komt.
Wat Powwow-beeldmateriaal:
http://www.youtube.com/watch?v=q8BOXThY1jU
http://www.youtube.com/watch?v=XMiTxIXRHrk
http://www.youtube.com/watch?v=7za7NZFNMGw
http://www.youtube.com/watch?v=-GXGQWi_9vY
http://www.youtube.com/watch?v=FNFi7_a1N24
http://picasaweb.google.nl/HenkPeelen/PowwowWinterswijk20070512




Een oud gebruik nieuw leven inblazen


DE MIDWINTERHOORN

D’olde roop

“Et sucht un klagt un huult nu weer
al kwammt ut feere Tieden her”


Afbeelding1: zicht op Winterswijk (lokaal: Wenters of Winterswiek) door een werk van Mondriaan, die er een tijdje woonde


Inhoudsopgave
1) De naam midwinterhoorn
2) Soortgelijke ietwat primitieve hoorns
3) Begingeschiedenis van het oudste mobieltje
4) Ontwikkeling vanaf circa 1700
5) Functies
6) Verspreidingsgebied: inkrimping in 1700-1945 en uitbreiding 1948-2007
7) Eventuele vragen voor de experts van de darpboerblaozers
8) Geluidsfragmenten en andere internetsites
9) Vallen pasen en pinksteren misschien toch op één dag?

1) De naam midwinterhoorn
Vroeger had men slechts twee seizoenen: zomer en winter
Zomer: Sanskriet sama = jaar
Winter: Oud Kerkslavisch: vetru ~ wind: wind, waaien, weer
(weder, wetter, weather) 21 september – 21 maart

Aanvankelijk had je eigenlijk slechts de woorden “jaar” en “winderig/weer”. Zomer was het centrale begrip, en winter was een veel miner belangrijk (en ietwat negatief) begrip. Midwinter was het midden daarvan, 21 decembere meest sombere dag, maar ook het begin van een nieuw jaar. Later voegde men nog twee jaargetijden in.
· Lente = lengende dagen; of voorjaar = voorste gedeelte van het jaar
· Herfst: Grieks karpos, Latijns carpere (kar vol peren?) = oogst (Engels: harvest)
Hiermee werd de winter beperkt to 21 december – 21 maart. Daarmee valt het begrip midwinter aan het begin van de winter, hoewel het uiteraard ook af en toe wel wordt gebruikt voor circa 4 februari. (Het woord namiddag kent een soortgelijke ontwikkeling. Ooit was het de periode na het midden van de dag: 12:00 – 18:00 uur. Nu klinkt het gebruik archaïsch en wordt het ook wel gebruikt voor de tweede helft ervan.)
Het volgordenummer van de jaargetijden verraadt nog dat de huidige winter als staart van het jaar wordt gezien:
1 voorjaar: ~ voorste gedeelte van het jaar
2 zomer: ~ jaar
3 herfst: ~ oogst
4 winter: ~ winderig weer

Midwinter:
eigenlijk 21 december, ook wel een beetje 25 december. Relatie 21 en 25 december.
midden van de winter: 4 februari

Hoorn komt van uitsteeksel op het hoofd (Latijn cornu), en is gerelateerd aan hersenen en horen. Verder verwant aan Engels corner. Verder vind je het begrip in veel plaatsnamen met horn, hoorn, herne, heurne, bijvoorbeeld Uithoorn, Terherne, Zuidhorn, Brinkheurne.
Zo komen we dus aan het woord midwinterhoorn, ook wel schalmei.


2) soortgelijke ietwat primitieve hoorns
A) Naam
B) Gelijkenis met midwinterhoorn
C) Archelogische vondst
D) Aantal exemplaren
E) Regio
F) Tijd
G) Functie
H) Materiaal
I) Lengte
J) Plaats mondstuk: U = uiteinde; O = opzij
K) Tonen


A) naam B) C) D) E) regio F) tijd G) functie H) materiaal I) J)0 K) Tonen
1) Ding,rang-dung Tibet meditatief Koper 100 - 400 U
2) Beenhoorn Tibet Dijbeen van mens U
3) Blaasschelp, schelphoorn, shanka, sangoe, hakgedië Srilanka,Tibet Hindoe- en Boedha-tempels: voor gebed en meditatief; geluid verkondigt de glorie van de heilige naam. Bruiloften; nieuwe regering Schelp U Harde toon
4) Wulk, kinkhoorn Noordwest Europa Vissers meldden hun aankomst in de haven Schelp U
5) Sjofar, hoorn van ram of antiloop Israël ~ 2000 vC Tempel, militair, bevolking bijeenroepen; aanwezigheid van God Dier U
6) Dwarshoorn, wisenthoorn Dordogne, Frankrijk (Venus van Laussel) 20.000 vC Muziekinstrument, of misschien toch een drinkhoorn? Dier O
7) Schepershoorn, runderhoorn + Boeren informeren wanneer de schapen de hei op gingen of terug kwamen Dier U
8) Bakkershoorn, runderhoorn + Mensen informeren wanneer brood klaar was Dier U
9) Boerhoorn, runderhoorn, jachthoorn(vaak koehoorn) + ~1250aanvankelijk koehoorn. Voorloper van midwinter-hoorn? Bevolking bijeenroepen voor collectief werk, vergadering of naoberplicht, aandacht voor het dorpsnieuws of begin / einde van oogst. Ook bij de jacht runderen imiteren opdat deze “zich zouden verraden” Koe, later ook hout en koper 40 cm of zo? U Maximaal 2
10) Buffelhoorn (hoorn van oeros) Afrika, Ameland Dier U
11) Koedoehoorn + Zimbabwe Signaalhoorn van Afrikaanse krijgers, gelijk aan sommige sjofars, in gebruik als strijdhoorn Dier: koedoe (kudu) is antiloop U
12) Soedanhoorn ++ Afrika Hard hout, antilopen-leer. Wordt op zelfde manier gemaakt als midwinter-hoorn O Mooi harde, volle toon, lijkt wel wat op toon van didgeridoo
13) Kvalsund megafoon + Ja 1 Noorwegen 0 Communicatie, stemversterker, ritme aangeven Hout < 100 U
14) Lure + Ja Vooral Scandinavië, maar ook Romaanse + Germaanse wereld 2000 vC, vondst: 400 Hout, nu ook koper, 7-8
15) Didgeridoo ++ Australië Hout U
16) ligawka. ++ Polen Hout, touw U
17) Westerburger hoorn ++ ja 1 Westerburg (Oldenburg) Duitsland ~ 1250 Eik 52 U g-klank
18) Midwinter-hoorn +++ Nederland, Duitsland 0 Hout 100 – 600, gem. 1,70 O 7-8
19) Alpenhoorn +++ Zwitserland, Duitsland ~ 1500 Door-ontwikkeling van midwinter-hoorn, langer Hout > 300 O
20) Zink, sierhoorn, hoorn cornettino Midden-Oosten, Europa Door-ontwikkeling van rieten fluit met gaatjes (Mesopotamië). Voorloper van blokfluit Hout, peer, leer (afwerking) U Natuurtonen en chromatische tonen
21) “Becan”-hoorn Ja 1 ~ 1000 voorloper van kromhoorn en klarinet Hout + bronzen “lint” + metalen mondstuk 192 cm U
22) Houten hoorn ++ Ja 1 Ierland ~ 750 Taxus, mondstuk brons, versieringen brons 58 U
23) Bazuna & trombita Polen Hout U
24) Schorshoorn, toethoorn, tuuthoorn, waldhoorn, blaashoorn, schors, scharmei, toeter, poeper, hoep, hoppe, fephoorn, Vlaanderen, Drenthe Spelen Lijsterbes of ander hout U





Afbeelding 2: carnyx Afbeelding 3: lure



Afbeelding4: midwinterhoorn



3) Begingeschiedenis van het oudste mobieltje
2.1 Het oudste mobieltje
Circa 6000 jaar geleden kwamen de eerste runderhoorns, en 5000 jaar geleden de bronzen hoorns. Alle hoornen hadden een verschillend geluid, zodat je aan het geluid van de hoorn kon horen wie er riep en van welke bedoeinenstam of uit welk dorp hij / zij was. Al met al wist men met deze primitieve hoornen vrij breed te communiceren. Het lijkt aannamelijk dat de hoornen de volgende functies hadden (de vijf punten vertonen uiteraard overlap).
A) Communicatie voor indicatie van tijd en plaats
Plaatsbepaling: nomaden en herders maakten zo elkaar hun positie bekend, zodat ze niet te kort bij elkaar kwamen waardoor de begrazingsdruk te hoog zou worden, of men blies wanneer men bij de waterput of poel was, zodat er niet te lange wachtrijen of ongewenste vermenging van elkaars kudden optraden.
Tijdstip aangeven: tijd voor verzamelen of verspreiden aangeven; ook aanduiden dat men thuiskwam zodat iemand de deur van de schuur of het hek van de omheinde ruimte kon openen (en koffie zetten!).
B) Algemeen signaal
Algemeen signaal om aan tegeven dat er een belangrijke gebeurtenis was, bijvoorbeeld wanneer er een godsdienstoefening moest worden gehouden, of wanneer stamhoofd / dorpsoudste, koning of priester een mededeling ging doen, of ook als teken dat men zich moest verzamelen voor de strijd.
C) Strategische signalen
Elkaar waarschuwen wanneer er onraad was zodat men zich kon verschuilen of de kudde in veiligehid brengen. Eventueel ook verschillende kuddes verzamelen opdat afzonderlijke of zwakkere dieren niet zo snel ten prooi vallen aan roofdieren en opdat men sterker is in geval van overvallers. Misschien riep de herder ook de herdershond met deze hoorn. Tevens gebruikte een hoofdman de hoorn om de krijgers op te roepen.
D) Muziek
Gewoon voor het plezier maakte men er enige muziek mee. Voorloper van de blaaskapel. Waarschijnlijk ook bij speciale gebeurtenissen als bruiloften.
E) Religieus
De priester blies op de hoorn waarbij het volk moest luisteren. Enigszins voor de mooie tonen, maar vooral om indruk te maken en ontzag af te dwingen. Misschien ook bij de zonnewende, zonsopkomst en –ondergang, begrafenissen et cetera.

De oudste, vrij uitvoerige beschrijving van het gebruik van een dierhoorn vind je uiteraard in de bijbel. 1500 vC gebruikte men de sjofar, een ramshoorn. Het geluid symboliseerde in sommige priesterdiensten de aanwezigheid van de Eeuwige, God. Tevens gaf de priester hiermee signalen af waarop iedereen een bepaalde gebedshouding of zo moest aannemen. Werd ook veel gebruikt als militaire hoorn.

2.2 Europa: houten hoorns
In Midden en Noordwest Europa kent men rond het jaar 0 reeds het gebruik van houten hoorns. Destijds woonden de Kelten met name in de Alpen, maar ook in Noordwest Europa. Vrij spoedig hebben ze zich aangesloten bij hun soortgenoten in Groot Brtiannië en Ierland, waar hun taal en cultuur nog redelijk bewaard is gebleven.
Oudste vermelding:
100: Tacitus (circa 55-120) zegt dat de Kelten al een “cornus alpina” hadden, waarschijnlijk voorloper van midwinterhoorn en alpenhoorn. Uit de omschrijvingen die men tussen 0 en 1250 gaf van blaasinstrumenten en hun gebruik, leiden we af dat het relatief kleine, draagbare houten hoorns zijn geweest, vermoedelijk niet langer dan een meter. Na die tijd komt er meer spreiding in de lengte. Men maakt langere en nauwere exemplaren om de toonvorming uit te breiden. Deze langere exemplaren evolueren tot alpenhoorn en midwinterhoorn.
800: Utrecht-psalter ( http://psalter.library.uu.nl/ ). Als je hier naar psalm 150 gaat, zie je mannen op houten toeters blazen die waarschijnlijk de voorloper van midwinterhoorn en alpenhoorn is.
1250: uit die tijd heeft men houten hoorns gevonden Deventer: hoorn van 45 cm lang. Replica’s geven een g-klank.
1485: oorkonde uit Sonsbeck (buurt van Xanten / Kevelaer) maakt melding van een medewintershoorn
1527: een monnik beshrijft hoe een herder uit Wallis in de stad op zijn alpenhoorn komt spelen om zo wat bij te verdienen. Vermoedelijk een relatief korte hoorn, want de messing verbindingsstukken die men nu heeft, waren toentertijd onbetaalbaar voor een herder, en vermoedelijk helemaal niet voorhanden. De monnik schrijft in het kasboek van het klooster dat de herder twee muntstukken verdient met het spelen zijn alpenhoorn. Dit is het oudste verhaal waarin het woord alpenhoorn voorkomt).
1556: Conrad Gessner beschrijft in zijn boek 'De raris et admirandis herbis' de alpenhoorn: twee kromme en uitgeholde houten delen die weer zijn samengevoegd. De hoorn is 11 voet lang, dat is ongeveer 3,3 meter.
1655: oude documenten uit het Duitse Bawinckel meldden dat in 1655 in de parochiekerk op hoorns van 1,5 meter werd geblazen.


4) Ontwikkeling vanaf circa 1700
4.1 Alpenhoorn
Vanaf 1826 gaat het weer bergopwaarts met de alpenhoorn
1826: in de Franse tijd waren nationalistische uitingen verboden. Dat deed de alpenhoorn bijna de das om. In 1805 en 1806 waren er bij Interlaken alpenhoornfestivals waar respectievelijk 2 en 1 man kwam opdagen. Dan hebben de deelnemers weliswaar een grote kans op de hoofdprijs, maar de zaak bloedt zo wel dood. De burgemeester van Bern laat zes hoorns bouwen en geeft de muziekleraar Ferdinand Huber opdracht de bergen in te gaan op zoek naar gegadigden. In 1826 wordt de eerste cursus gegeven. Het uitdelen van gratis hoorns blijft doorgaan tot 1920. De alpenhoorn is ondertussen een typisch Zwitsers symbool geworden. Vaak wordt de beker versierd met bijvoorbeeld een almhut, koeien, gentianen of een Zwitserse vlag of kantonvlag. Nu wordt de hoorn gebouwd en gespeeld in Zwitserland, Duitsland, VS en Canada. Maar bijvoorbeeld ook in Nederland ( http://alpenhoorn.blogse.nl/ , http://www.alpenhoorns.nl/ )en Japan.



4.2 Midwinterhoorn
1842: oudste vermelding van het woord adventsblazen in een gedicht uit Kreis Borken

Relatie met kerstgebeuren.
In het kerkgebouw
In de kerk is komt midwinterhoornblazen waarschijnlijk alleen in de roomskatholieke kerk voor. In 1223 liet Franciscus in het Italiaanse Greccio het kerststalgebeuren in de open lucht gebeuren, er komen levende figuren bij en dit gebruik verspreidt zich over heel Europa. In Noord Europa vindt het grotendeels binnen plaats, en de herders hebben soms koehoorns.
Buiten het kerkgebouw
Adventsblazen : vierde zondag vóór kerstmis tot óf kerstnacht óf de zondag na 6 januari, en is wellicht een doorontwikkeling van midwinterblazen van de voorchristelijke periode. Komt ook in protestantse streken voor, zij het zeer spaarzaam.
Combinatie
Op veel plaatsen werd het binnen- en buitengebeuren gecombineerd. In streken waar adventsblazen tot aan kerstnacht plaatsvond, begonnen op kerstavond de blazers die het verst van de kerk woonden, het eerst richting kerk te trekken, waarbij men onderweg steeds stopte bij andere kerkleden of andere blazers. Zo combineerde men de kerkgang met de gang van de herders in de kerstnacht, en gingen instrumenten mee de kerk in, alwaar het blazen al of niet deel ging uitmaken van de liturgie. Probleem was wel dat de kerk dat laatste niet altijd zo had bedoeld, en dat de herders (dat waren ze meestal echt) meestal het conservatorium niet helemaal hadden afgemaakt, omdat de schapen gauw het lesboek hadden opgevreten toen de herder de wolven en de Goliaths aan het wegjagen was. Dat hoort gewoon bij het herder-zijn! Maar de liturgie verwerd zo steeds meer tot een soort stadionspektakel, en dan lees je verhalen als de volgende.
1791: Haselünne (Emsland):
“einige junge Leute mit Ochsen-, Kuh-, und Boxhornen und holzernen Instrumenten in die Kirche” die een “unleidentliches Geschrey und Getose” voortbrachten. Nog een minder goed gedateerd bericht:
“So hauffenweise versammelt mit ihren Blasen uff denen von Holz oder anderer Materien gemachten also genandten Hörneren nicht allein ein ordentliches und ohnangenehmes Geschrei verursachen, aber auch sehr ärgerlich sei.” Blijkbaar een soort carbidschietende ADO-supporters.
De vorstbisschop van Münster had zijn conservatorium misschien wel afgemaakt en vaardigde een edict uit waarin hij het gebrukik van hoorns in de kerstnachtdienst verbood. Natuurlijk ging het ook heel vaak wel goed en zo lezen we van het “Schepersblasen” tijdens het Gloria van de kerstnachtmis in het Oldenburger Munsterland, in Löningen, terwijl ook in Nederland, in Tubbergen (Overijssel) en Nieuw-Schoonebeek (Drenthe) de blazers naar de kerk trokken.
1846: journalist Harm Boon beschrijft in zijn “omzwervingen door Overijssel” boterzoet hoe het daar gaat met het adventsblazen: “tegen kersttijd hoort men in de buurtschapen van Tubbergen de toonen der schalmei, en als de kerstnacht daar is, gaan deze schalmeispelers, meest allen schaapherders, spelende op naar het huis des Heeren, om er het ‘Kindeken’ in vroomen ootmoed te begroeten. Na nieuwjaar wordt deze muzijk niet meer vernomen.”

In Duitsland blaast men momenteel niet meer bij of in de kerk. In Nederlands incidenteel, in Almelo, Geesteren, Langeveen, Mariaparochie, Oldenzaal en Zelhem.

Oorlog deed afbreuk aan het gebruik, zeker de tweede wereldoorlog. In de oorlog werd de midwinterhoorn wel gebruikt om te waarschuwen tegen razzia’s.
Zomer 1945: na 1945 wordt hij vrijwel niet meer gebruikt. In 1945 zette in het voetspoor van de Zwitserse functionalist Richard Weiss de anti-romantische richting in. Angst voor een te grote nadruk op bepaalde culturen en zo. Daarnaast was er de herinnering aan de propagandamuziek uit de oorlog. Irving Berlin: “een vaderlands lied is emotie. Je moet menen wat je zegt, anders krijgen de mensen een hekel aan je”. En natuurlijk een beetje huiverig voor geflipte kunstenaars en excentriek gedoe in het algemeen. Ook herinnering aan de benauwde ogenblikken wanneer je zo’n hoorn hoorde, kan een rol hebben gespeeld.
Er brak een tijd aan van vergeten en rechtlijnige wederopbouw: keurige steriele rijtjeshuizen, niets geen plattelandsgedoe met streektalen en zo. Tussen 1945 en 1948 houdt de hoorn een midwinterslaapje.
24 december 1948: het reveil begint weer een beetje op kerstavond 1948 in Mariaparochie. De pastoor vraagt Jans Geerdink de nachtmis aan te kondigen. Die vond dat “knap vrog vun veur de weenterdag” maar wou niet weigeren. Hij maakte het zichzelf niet al te moeilijk: schoof het raam een stukje omhoog, stak de beker van de hoorn er onderdoor en ging in bed liggen blazen.
18 december 1949: Bernard Boonkamp uit Hertme begint om 7 uur ‘s avonds spontaan te blazen. De buren spelen het spelletje mee en zo plant het initiatief zich voort: om half acht is Tubbergen bereikt en drie uur later Losser en Denekamp.
26 december 1953: de nieuw opgerichte “Kemissie veur ‘t Mirreweenterhoornbloazen” heeft een jaarlijks concours voor groepen midwinterhoornblazers ingesteld, en zo wordt op tweede kerstdag van 1953 het eerste concours gehouden. Evenwel was er van de 19 hoorns maar eentje van hout, de rest was van metaal.


Van dik hout zaagt men planken, maar ook nog midwinterhoorns?
Naast de naakte strijd om het voortbestaan van de midwinterhoorn was er natuurlijk ook discussie over het kwaliteitsniveau van de hoorn op zich en de ten gehore gebrachte muziek. Daarbij gaat het vorral om twee zaken
1) strijd om het materiaal: metalen hoorns? Dat snijdt geen hout.
2) strijd om het reveil

Ad 1) In de eerste helft van de 20e eeuw had men ook wel metalen hoorns, die uiteraard niet zo’n warme klank gaven als de houten exemplaren. Tegelijk met het afnemen van het midwinterhoornblazen, begon men uit te wijken naar alternatieven zoals blikken hoorns. Folklorist Van der Ven protesteerde flink tegen deze “ontaarde” blikken dingen. Tegen de boeren rond Ootmarsum zei hij rustig “sla die blikken dingen toch kapot”.
Ad 2) Last post een lastpost?
Uiteraard waren er heel bekwame spelers onder de midwinterhoornblazers. Zij speelden bijvoorbeeld ook reveilles. De meester van het dorp had het er niet zo op. Als iemand een reveille, taptoe of “kok in de keuken” speelde, zei hij tegen zijn leerlingen
“Maar jongs, blaost er miej gin militaire signalen op!”
Volgens hem ging hiermee uiteindelijk het midwinterhoonblazen verloren.

Beide mannen lijken gelijk te hebben gehad. De traditionele uitvoering en het traditionele gebruik blijken uiteindelijk toch de ruggengraat van het midwinterhoornspelen.

Namen
Oudste vermelding 1485: medewintershoorn (oorkonde uit Sonsbeck = Duitsland, omgeving Xanten / Kevelaer)
Nederlands: Midwinterhoorn, middewinterhoorn, mirrewinterhoorn
Schalmei
Duits: Middewinterhorn, Midwinterhorn, Mittewinterhorn, Mittwintershoorn, Mittwinterhorn, Mirrewinterhorn, Mirreweenterhoorn, Boerhoorn, Dewertshorn, Adventshorn

Mondstuk:
Nederlands: happe (vlierhout) Duits: happe / spool

Bouw
De midwinterhoorn behoort vreemd genoeg tot koperen blaasinstrumenten.
Hoorn
Houtsoort: redelijk dikke stam van berk of els, of dikke tak van knotwilg.
Lengte: voor d’olde roop moet hij 120-130 zijn.
Het hout moet in de winter van de boom zijn gehaald en moet dan een halfjaar drogen.

Happe
Houtsoort: vlierhout Afmetingen: 4x10 cm.

Na het drogen worin het Italiaanse Greccio dt het hout van de hoorn goed rondgemaakt, doormidden gezaagd, uitgehold, weer aan elkaar gelijmd en voorzien van happe.

In Oldendiever heeft men een eikenhouten midwinterhoorn van 5,5 meter lang. Jan Roeweler heeft erook een uit die klasse. Deze is opgenomen in het Guinness book of records, het is de langste ter wereld.

In Noordrijn-Westfalen noemt men kleine bastfluitjes trouwens ook wel happe of huppe, net zoals het mondstuk.
In Borken, Herne (Landkreis Bochum) en Altkreis Meppen maakt men ook wel Mittwintershörne” van bast van wilgen of van de ratelpopulier.
In 1870 schrijft iemand hierover: “In dem Landstrich des Münsterlandes, der im Mittelalter “Auf Brahm” genannt wurde, vornehmlich in den Bauernschaften um die Städte Borken und Gemen, findet man jetzt noch den Brauch, dass von Advent bis Weihanchten, allabendlich und während der Nacht, von den Bauernknechten auf seinem gewaltigen, aus Bast gefertigten, wie eine Butterkerne gestalteten Horne, dem “Mittwintershorn”, geblasen wird. Wie der sich fortsetzende Hahnschrei, so weckt ein Horn die eintönige Weise des antworten, von Hof zu Hof, durch die ganze Bauerschaft, volle markdurchdringende Töne. In der Christnacht, wenn alles zur Ucht (zu erste Mette) eilt, nehmen die Grossknechte das Horn mit, blasen, von allen Seiten zusammenkommend, in vollen und mächtigen Tönen bis vor die Kirchentür. Dan schweigt das Mittwinterhorn bis zum nächsten Advent.”

Waarom krom? Vermoedelijk een combinatie van redenen
1) Gezien de verwantschap met de alpenhoorn kan de volgende reden worden aangevoerd. De boomstam voor de alpenhoorn groeit op berghellingen, waardoor ze van nature vaak zo’n kromming in de onderstam hadden. Toen men langere exemplaren ging maken, lag het meer voor de hand deze kromming te benutten.
2) Andere, zij het niet zozeer primitieve, hoorns zoals de lure en nog meer de Keltische carnyx werden gebruikt als militaire hoorn (300 vC – 200 nC). Ze hadden ook zo’n kromming in de beker. De speler droeg de 3 meter lange carnyx recht omhoog zodat het geluid zich goed over de menigte verspreidde.
3) Wanneer de cornus alpina zoetjes aan langer wordt, wordt hij ook moeilijker te hanteren. Met een kromming in de beker kan men de beker met behulp van een steuntje op de grond leggen en zelf gewoon rechtop blijven staan.
Bij de alpenhoorn is deze ontwikkeling goed te begrijpen. Bij de midwinterhoorn is zo’n ontwikkeling misschien iets minder duidelijk te herkennen. Mogelijk komt het door beïnvloeding van de alpenhoorn, maar ook doordat het een dwarshoorn is. De speler houdt de hoorn zijwaarts. Met een flauwe kromming in de beker kan hij / zij zich nu tegelijkertijd een beetje op de toeschouwers blazen, en toch het geluid goed op de put richten en over het landschap laten klinken.


Afbeelding5: drie stadia van midwinterhoorngebieden

5) Functies
Als signaalhoorn:
Signaalhoorn 1: waarschuwen voor onraad:
- smokkelen: in het grensgebied werd natuurlijk veel gesmokkeld. Wanneer ern een politieagent aankwam, waarschuwde men elkaar via de midwinterhoorn
- oorlog: in tijden van oorlog waarschuwde men elkaar wanneer er vijandige troepen in de buurt waren.
- zedenpolitie: tussen circa 1600 en 1850 verbood de Nederlandse regering de rooms-katholieke kerkdiensten. De politie moest toezien dat die niet plaatsvonden. Wanneer er wel diensten plaatsvonden, waarschuwde men elkaar per midwinterhoorn wanneer er een politieagent aankwam.

Signaalhoorn 2: zoiets als “dorpsomroeper”
advent, kerstmis: adventblazen
pauze voor de veldwerkers

Signaalhoorn3 : misthoorn

Muziek, nostalgie, folklore
Net als de vogels: lekker over het veld toeteren, of een vraag-en-antwoord-spelletje spelen met je buren.
Kerstmis: als onderdeel van de liturgie
Kevelaar: werd ook gespeeld door pelgrims naar Kevelaar

Op http://www.heemkunde.nl/educatief/midwinterhoorn.html vind je onder “Kottens voorval” een mooi verhaal over een grensgeval wat betreft smokkelen en pauze.


6) Verspreidingsgebied: inkrimping in 1700-1945 en uitbreiding 1948-2007
6.1 Inkrimping
In de zeventiende en achttiende eeuw werd het instrument in een omvangrijke regio bespeeld. Van Markelo tot Cloppenburg en van Hümmeling tot Bocholt. Na 1800 schrompelde het gebruik ineen en leefde vooral in Twente verder. Na 1900 wordt de hoorn in Duitsland niet of nauwelijks meer bespeeld en vanaf 1930 eigenlijk alleen nog maar in Twenthe, met name Tubbergen, Oldenzaal en Ootmarsum. In 1945 was het helemaal afgelopen


6.2 Herleving en voorzichtige uitbreiding
Wat 1826 is voor de alpenhoorn, is 1948 voor de midwinterhoorn. Men neemt weer initiatieven en dan gaat het net als wanneer iemand een steen in een vijver (of waterput) gooit: de kring breidt zich uit. Niet alleen in Twente end e Achterhoek, maar ook in de Liemers en. Ook in plaatsen die verder weg liggen en waar in het verleden nooit op de hoorn is gespeeld, ontstaat een kern, bijvoorbeeld in Diever (Drente) of in Epe (Veluwe)Nu strekt het gebied zich uit van Epe tot Löningen en van Diever tot Kotten. Verder spelen kinderen in Duitsland, met name boven Osnabrück, weer meer op kleine hoorns. Tijdens ons bezoek aan de Dorpboerblaozers vertelde men ons dat er ook hoorns zijn mee-geëmigreerd naar Canada en Zuid-Afrika. Dat men daar in verenigingsverband of anderszins serieus het midwinterhoornblazen beoefent, lijkt niet aannemelijk.


7) Eventuele vragen voor de experts van de darpboerblaozers
1) Waarom boven put?
2) Waarom krom?
3) In hoeverre zijn de traditionalisten er in geslaagd metalen hoornen en andere melodieën dan d’olde roop te weren?

Antwoorden, mede naar aanleiding van de antwoorden van Dorpboerblaozers-scriba de heer Tolsma.
Ad 1: versterkt het geluid? Nee, maar de put staat vaak vóór het huis en de muur van het huis refelecteert en versterkt het geluid wel goed.
Een natte hoorn heeft een dieper geluid.
Voordat men lijm gebruikte: het water laat het hout uitzetten waardoor hetgeen voor afdichting zorgt. Tevens gaat het scheurvorming tegen
De putrand kan als steun dienen?
Ad 2: men maakt ze vaak van jone wilgebomen die langs beekjes groeien, deze hebben van nature al zo’n kromming
Ad 3: waarschijnlijk 100%


8) Geluidsfragmenten en andere internetsites
Midwinterhoorn
http://www.midwinterhoornoldenzaal.nl/
http://home.planet.nl/~kuipe351/ klik op de knop “Beeld en geluid” en op “Downloads”
http://www.midwinterhoornblazen.nl/
http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=5212&q=midwinterhoorn&familyFilter=ON
http://www.youtube.com/watch?v=j9JFqw5fjCw
http://www.youtube.com/watch?v=TT-PMe-LW90&mode=related&search=
http://www.midwinterhoornblazentwenthe.nl/Nederlands/basis.htm klik op de knop “geluid”



Lure
http://www.naturinstrumenter.no/
http://www.naturinstrumenter.no/Instrumenter/Neverlur.htm
Lure en bokkehoorn
http://www.lurogbukkehorn.org/
Lure en ligawka
http://abel.hive.no/trumpet/lur/wood/

Utrecht-psalter: http://psalter.library.uu.nl/
Twee informatieve Duitse sites:
http://www.sahsnot.de/p5_mittwinterhorn.php
http://de.wikipedia.org/wiki/Middewinterhorn
Alpenhoorn in Nederland:
http://alpenhoorn.blogse.nl en http://www.alpenhoorns.nl

Geen site, maar een boek: Het midwinterhoorn blazen, Everhard Jans, ISBN 90-6693-076-4

9) Vallen pasen en pinksteren misschien toch op één dag?
9.1 Waarom blaast men rond de kortste dag van het jaar en waarom op zo’n grote hoorn?
Het heeft het te maken met de zonnewende. Ieder jaar zijn er uiteraard twee: 21 juni en 21 december. In de voorschristelijke Noordwest Europese culturen was men zeer onder de indruk van deze verschijnselen. Ze werden vereerd en men vierde uitgebreidfeest: het midzomer- en midwinterfeest. Men zoekt daarbij naar uitingsvormen waarbij menselijke activiteit harmonieert met de de natuur (denk ook aan de meiboom). Op het midzomerfeest gaat het daarbij vaak om lichte kleuren en bloemen in het haar, of een versierde boom. Bij het midwinterfeest zoekt men dan naar vormen waarbij de menselijke activiteit sterker tot uitdrukking komt, om als het ware tegenwicht te kunnen bieden aan de zware omstandigheden temidden van het imponerende en overheersende winterse weer. En ook om te harmoniëren met die natuur (doet een beetje denken aan: if you can’t beat them, join them). Met zo’n stuk hout lukt dat natuurlijk prima. Ten eerste overheers je de natuur een beetje door een (gedeelte van een) boom te nemen en deze uit te hollen, en ten tweede harmonieert de doffe klank van het hout mooi met de ietwat dode winterse vegetatie. Daarnaast lijkt de klank wel een beetje op de roep van grotere diersoorten en klinkt het geluid erg ver over de hardbevroren grond. Al met al maakt de mens op deze manier duidelijk dat hij ook best zijn deuntje kan meezingen binnen de imponerende en beklemmende natuurwereld. De holle klank harmonieert met de beklemmende duisternis, maar ook met menselijke hang naar expressionisme, aangezien het vérdragende holle geluid de mens machtig maakt. Of men daadwerkelijk meende dat men boze geesten wegjoeg of dat men eigenlijk meer een kluchtspel opvoerde met een denkbeeldige vijand, durf ik niet te zeggen.
Misschien kunnen we het cultuurdrang noemen. Vergelijk het met de “aankleding” van boerderijen. In natte streken kregen grote boerderijen vaak een gracht rond het huis. In streken met veel zwerfkeien lege je uiteraard een mooie steenhoop op het gazon of bij de oprijlaan.
Vergelijk het ook met de roep van sommige vogels, die dient om de aanwezigheid bekend te maken aan de soortgenoten, zodat deze óf wegblijven óf contact maken.

Dat het is blijven bestaan, kan komen omdat kerst en oud en nieuw vrijwel samenvallen met de korste dag. Als je het zo bekijkt, is de voorchristelijke voorloper van kerst het joelfeest: in Scandinavië heet kerst nog steeds jul.
(Joelfeest = drank- en pretfeest. Waarschijnlijk is joel een uitbreiding op het tussenwerpsel “jo”: jollen, joelen, jollig, jolijt, maar misschien ook verwant aan gillen en galmen.
Duits johlen Fries joalich, joelich Engels jollification, jolly, jollify, jollity, jollily)
Ook denkt men in joel een aanduiding voor (nieuw) licht te herkennen: helder, fel (lijkt aannamelijk vanwege Frans Noël = nieuw licht) of geel (Engels yellow). Ook verwantschap met (zonne)wiel wordt verondersteld.)

Het midwinterhoornblazen duurt maximaal van de eerste adventszondag tot de eerste zondag na driekoningen, maximaal zes weken dus
Advent: begint op vierde zondag vóór kertmis = een zondag tussen 26 nov en 4 dec
Epifanie = driekoningen = 6 januari


9.2 Of ... is d’olde roop misschien nog older ouder dan we denken?
Het is leuk de hoorn te bekijken in het licht van de vele 10-stammen-theorieën ofwel de verloren-stammentheorieën. Deze stellen dat de stammen van Israël na hun wegvoering (722 vC voor het tienstammenrijk Samaria en 586 vC voor het tweestammenrijk Juda) niet of nauwelijks zijn teruggekeerd, maar de wereld zijn ingetrokken. De Levieten zouden de Kelten zijn, terwijl Dan, bekend om zijn gewoont te trekken, te varen, te veroveren en / of landschapselementen naar zich te vernoemen, als leider voor de rest zou zijn opgetreden en zich over de hele wereld onder de lokale bevolking zou hebben gemengd, bij voorkeur op schier(eilanden), waarbij oudtestamentische beschrijvingen opnieuw hun toepassing vinden. Die naam van Dan, althans de D en de n vind je dan weer overal terug. Dat verklaart de woorden Samoerai en Judo. En als je goed bent in Judo, dan krijg je een ... Dan. Maar ook de naam Denemarken zou “merkteken van Dan” betekenen, terwijl Saksen “Sakzoon, ofwel Izakszoon” zou betekenen. Zo bekeken kan de midwinterhoorn een voortzetting van de oudtestamentische sjofar zijn waarbij d’olde roop de oudtestamentische Messiasaankondiging vertgenwoordigt.
Wanneer je het over twee of drie gebeurtenissen in de toekomst hebt, zonder dat je de bijbehorende tijdstippen weet, vallen die gebeurtenissen in jouw belevingswereld samen op één tijdstip. Dan vallen pasen en pinksteren toch op één dag: 24 december


Conclusie
De verloren stammen zijn helemaal niet verloren; ze zijn alleen op maat gemaakt, doorgezaagd, gepolijst en weer samengevoegd. Nu hangen ze bij boer Jan Hendrik Grootendorst in de waterput, of misschien zitten ze bij het café aan de stamtafel. Laten we daar dan maar eens gaan kijken.


Direct link Reply with quote
 

Henk Peelen  Identity Verified
Netherlands
Local time: 07:10
Member (2002)
German to Dutch
+ ...
TOPIC STARTER
Nabericht powwow Groningen Dec 3, 2008

Een goed geschiedenisboek zou eigenlijk de volgende twee mopjes moeten omvatten
Een Groninger en een Fries mogen ieder een wens doen bij een fee. “Een grote muur om Friesland,” zegt de Fries “zodat er niemand meer binnen kan komen”. Zo geschiedt. “Weet je zeker dat die muur potdicht is?” vraagt de Groninger. “Jazeker” zegt de fee. “Mooi,” zegt de Grunninger “zet Friesland dan maar onder water”.
Een Groninger, Fries en Drent mogen ieder een wens doen bij een fee. “Doe mij maar naar een plaats met veel bier en mooie vrouwen.” zegt de Fries. Zo geschiedt. “Van ’t zelfde.” Zegt de Groninger. Dan mag Bartje uut Drenthe wat zeggen, en ja hoor “Het is zo saai hier, laat ze maar terugkomen.” zegt Bartje. Zo laveert de Groninger tussen zijn “stugge” en “domme” buren door en koerst toch eigengereid en kaarsrecht op zijn einddoel af. De Groninger zegt nooit veel, maar wel precies genoeg.
Photobucket …… Photobucket
“Stedenmaagd van Groningen” (schilderij in het stadhuis van Groningen) met rechts de vlag van Groningen, wit-groen-wit: groene weide tussen Hunze en Aa. Men duidt Groningen vaak als het best geslaagde Drentse dorp.

0-0: prehistorie: de geschiedenis van Astronomix de Groninger
Rond het jaar nul hebben de Romeinen heel Nederland onder de voet gelopen. Heel Nederland? Nee, een klein dorpje vlak aan de wilde kust blijft dapper weerstand bieden. Niet zo maar hoor, ze hebben een speciale toverdrank. Alle kinderen vallen op de kop in de ketel met toverdrank en daar krijgen ze een beetje een vierkant hoofd van, maar ze worden er ook groot en sterk van1). Je mag echter maar één keer op de kop in de ketel vallen en daarom zegt men hier “als je je haar maar hoog houdt”. Zo zijn ze hun drankje ook gaan noemen: Hooghoudt2). Je snapt het al, dat dorpje heette Groningen. Groningers houden van astronomische begrippen, alles moet hoog en groot zijn. De langste persoon van het dorp wordt automatisch stamhoofd en de lijfspreuk is (natuurlijk) “er gaat niets boven Groningen”.
0-750: prehistorie: je koeienhuid duur verkopen
De Hondsrug loopt van Emmen naar Groningen. Groningen ligt op het noordelijkste puntje3) ervan. De rivieren de Hunze en de Aa stroomden respectievelijk ten oosten en ten westen van de Hondsrug en daarmee rechts en links langs de stad. Even ten noorden van de stad mondde de Aa uit in de Hunze die vervolgens tussen de terpen doorstroomde, door de streek Hunsingo heen en ergens bij Pieterburen in de Noordzee uitmondde. Plinius de oudere beschreef hoe de mensen hier volgens hem onder erbarmelijke omstandigheden leefden: bij hoogwater trok men zich terug op zijn terpen en bij laagwater kon men evenmin goed gebruik maken van de landbouwgrond. Bomen groeiden er in het moerassige gebied niet en die zielige terpbewoners stookten van ellende en onnozelheid aarde in hun kachels. Die aarde was dus turf en de leefomstandigheden waren wel degelijk goed. Archeologisch onderzoek doet vermoeden dat het noorden van de provincie een van de dichtstbevolkte plattelandgebieden van Europa was en de reden daarvoor lag juist in de aanwezigheid van water: vis is een goede eiwitleverancier. Datzelfde onderzoek wijst uit dat er al vanaf 3000 vóór Christus mensen rond de locatie van de Grote Markt actief waren en dat dit centrum vanaf 300 permanent bewoond is geweest. Mogelijk was er rond het jaar nul Groningen (stad) al een soort dorpje dat de rivieren Aa en Hunze gebruikte voor visvangst, transport en handel met het Drentse achterland en de terpbevolking. De Romeinse invloed was niet groot. Men werd belastingplichtig aan Rome. Rome ging echter steeds meer koeienhuiden eisen en nam ook regelmatig je zus mee om als slavin in Rome te dienen. Astronomix werd dat zat, zei het “contract” op en schopte de Romeinen er weer uit. De bevolking waren waarschijnlijk Friezen. Het Friese gebied strekte zich minimaal uit van Amsterdam tot Denemarken en kenmerkte zich door afwezigheid van centraal gezag.
750-1150: van je zus naar Jezus: Karel de Grote en Utrecht
Op een mooie zomermiddag in 783 deed zich een merkwaardige gebeurtenis voor: uit Frankrijk komt een zekere Karel de Grote op zijn paard het dorp Groningen binnenrijden. Zonder paard maar liefst 1,93 meter lang! “Jezus, wat een lange vent ben jij,” zeiden de Groningers “jou maken we stamhoofd”. “Dat is nou net wat ik horen wil,” zei Karel “jullie moeten volgelingen van Jezus worden” Dat vonden de Groningers best, ze werden christen, maakten Karel stamhoofd en (kijk, als je toch bezig bent …) gelijk maar keizer van heeeuuuul Europa. Bestuurlijk ging het dorp officieel onder het graafschap Drenthe vallen, maar het genoot “Friese vrijheid” dat wil zeggen dat er geen feodale structuur aanwezig was en dat men gewoon zijn eigen wetten had. Rond 800 bouwden Astronomix en andere Groningers de eerste houten kerk op de plaats van de huidige Martinikerk4) (Sint Maartenskerk). Vermoedelijk heette deze ook Martinikerk omdat Martinus van Tours voor de Franken een belangrijke heilige was. Tussen 925 en 950 verving men de houten kerk door een stenen kerk, de eerste in de regio. In 843 werd Groningen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk. Op 21 mei 1040 schenkt koning Hendrik III de Drentse “villa Cruoninga5)” aan het bisdom van Utrecht. De eerste vermelding van Groningen. Groningen hoorde bij het bisdom, terwijl de omliggende plaatsen haast altijd bij Duitse steden als Münster, Bremen en Osnabrück hoorden. Had men Astronomix gevraag of hij in de toekomst liever bij de nog te vormen landen Duitsland of Nederland wou horen, had hij waarschijnlijk Duitsland genoemd.
1150-1550: profilering en macht
Rond 1150 komt Astronomix opnieuw in opstand. De bisschop vindt het maar niets en verbiedt de Groningers een muur rond de stad te bouwen, waarop ze er prompt wel één bouwden. De Ommelanden behoorden tot de Friese landen en met de groeiende macht van de stad Groningen ontstond automatisch een wisselwerking tussen de Friese en Drentse (Nedersaksische) cultuur en taal. Tussen 1227 en 1258 was het weer mis tussen de bisschop van Utrecht en het Noorden. De familie Gelkinge6) speelde hierbij een grote rol: het werd een lang conflict, bekend onder de naam Fries-Drentse oorlog. Deze eindigde met de slag bij Ane, die in feite het einde van de Utrechtse invloed betekende. Groningen beschouwde zichzelf als een rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk, hetgeen je ook terugvindt in het stadswapen:
Photobucket
Een rijksstad viel direct onder de keizer, en daarom voerde / voert Groningen de keizerskroon in zijn wapen. Groningen werd meer en meer het handelscentrum van de Ommelanden, temeer daar Appingedam en Winsum minder machtig werden. Na verloop van tijd krijgt de stad Groningen in alle ommelanden (Hunsingo, Fivelgo, Westerkwartier, Gorecht, Oldambt en Westerwolde) wel een vinger in de pap, vaak als langeigenaar, vervener, rechter enzovoort. Momenteel zien we Groningen uiteraard als een Nederlandse stad. Wanneer de Groningers ergens in de late Middeleeuwen hadden In het oude Friese stelsel regelde men de rechtspraak via een jaarlijkse bijeenkomst in Aurich, onder de opstalboom. Langzaam neemt Groningen deze coördinerende taak over en vanaf 1400 zien we een interessante ontwikkeling binnen Friesland, dat een echte stedelijke centrale macht altijd afwees. Het uit Fries perspectief bekeken randverschijnsel Astronomix gebruikte deze visie altijd voor een tweesporenbeleid: Astronomix wees de macht van de Romeinen en later van de stad Utrecht af, maar doet er alles aan om zelf de grootste te worden. Astronomix en de Stadjers zoals men inwoners van Groningen noemt, beschouwen Groningen als de enige echte stad in het noorden. Dat Friesland al lang van een wereldberoemde Elfstedentocht spreekt, deert hen niet. Geen van deze steden lukte het de machtigste stad van de huidige provincies Groningen en Friesland te worden. Behalve Groningen dan, zij het dat Astronomix Franeker niet tot zijn bewonderaars mocht rekenen. Wanneer Groningen rond 1500 op de top van zijn macht is en er twisten zijn tussen de Schieringers en de Vetkopers (twee invloedrijke kloosterorden cisterciënzers en norbertijnen), roepen de Vetkopers de Hollanders te hulp. Astronomix wilde Friese Vrijheid beschermen en keert zich samen met de Schieringers tegen de Vetkopers met hun Hollanders. Vervolgens zoeken de Schieringers hulp buiten het toenmalige Friesland waarop Astronomix hen bevecht. Dit avontuur deed de militaire kracht echter afnemen.
1300-1700: Hanze en Griet, de Groninger versie van Hans en Grietje
Economisch beschermt Groningen zichzelf door het stapelrecht. Groningen wilde overal letterlijk een graantje van meepikken: het stapelrecht hield in dat alle goederen die langs de stad vervoerd werden, ook daar moesten worden opgeslagen en te koop moesten worden aangeboden. Aangezien zeer veel landbouwproducten uit het Hogeland (de zeeklei ten noorden van de stad Groningen) door de rivieren en grachten aan de rand van de stad werden vervoerd, betekende dit een enorme marktactiviteit binnen de stad. Niet dat men niets deed met dat gepikte graantje. Dat wordt wel duidelijk als we bedenken dat Groningen gebood dat men in de provincie uitsluitend bier mocht drinken dat in de stad was gebrouwen. Tussen circa 1300 en 1580 zien we een nog veel belangrijker fenomeen, de Hanze. Hanze is afgeleid van het Latijnse woord cohors dat, vrij vertaald, “groep soldaten” betekent. Hier betekent het “groep handelaren”. De Duitse Hanze was de belangrijkste, deze omvatte veel steden in Duitsland, maar ook Polen, Oostzeestaten, Scandinavië, Nederland, België en Engeland. Het begon met een groep handelaren, maar de steden zelf namen de coördinatie al snel over. Het transport ging veel over water. Groningen lag toen redelijk “open” aan zee, hetgeen de eb- en vloedkaden ook laten zien.
Wanneer Groningen rond 1500 op het toppunt van zijn macht is, beginnen reactiekrachten en politieke ontwikkelingen de macht te bedreigen
1) De ommelanden zijn dat stapelrecht zat (reactiekracht).
2) Het in recordtijd “openleggen” van de wereld doet het belang van de Oostzeehandel verminderen.
3) Het “Hanze”-Oost-Nederland wordt minder belangrijk en “Holland” wordt belangrijker.
4) De Hanze verliest aan belang en kent strubbelingen.
Zoals de rijksstad-idee aantoonde, was Groningen altijd meer op Duitsland gericht dan op Holland. Met de strubbelingen binnen de Hanze, het snel opbloeien van nieuwe wereldhandelskanalen en het opkomen van Holland begint dat te veranderen. Groningen valt in Habsburgse handen en stad en ommelanden worden nu als één provincie beschouwd met Groningen meer als hoofdstad dan als landheer. Groningen kent een humanistische vorm van het katholicisme en er is godsdienstvrijheid. Belangrijke persoon hierbij was de Rudolf Agricola7). Het lijkt aannemelijk dat deze Suukerbiet’n Ruud de suikerindustrie wilde bevorderen door de receptuur voor cola te schrijven.
Photobucket
Pepsi cola voert niet voor niets de Nederlandse vlag. Rudolf probeerde Spanjaard en paus te vriend te houden. Vandaar “Papa, si!” met als handtekening “cola” hetgeen veramerikaniseerde tot Pepsi cola.
Daarnaast was hij niet de minste humanist: hij ontwierp het orgel van de Martinikerk en Erasmus noemde het aanhoren van een lezing van hem een hoogtepunt in zijn (Erasmus’) leven. Boven de ingang van de Martinitoren prijkt een beeld van Rudolf, naast die van Martinus van Tours en de evangelist Bernlef. Aanvankelijk waren protestanten en katholieken verenigd in strijd tegen de Spanjaarden, maar dat veranderde snel: voor de protestanten is de katholieke kerk meer een voortzetting van het Romeinse rijk dan een christelijke kerk en Willem van Oranje moet de kar alleen trekken. De tachtigjarige oorlog wordt grotendeels een godsdienstoorlog. In 1567 bezetten Spaanse troepen de stad en maken een einde aan de godsdienstvrijheid. In 1568 kiezen de ommelanden na de slag bij Heiligerlee echter voor Oranje. Willem van Oranje wilde eigenlijk noch de macht van Astronomix herstellen noch de ommelanden volledige vrijheid geven, maar beiden tezamen als provincie opnemen in het nieuwe Nederland. Dat wilde Groningen niet en in 1594 namen de Oranjes Maurits en Willem Lodewijk Groningen in, waarna stad en ommelanden geschillen konden voorleggen aan Den Haag. De geschillen tussen stadjers en suukerbiet’ntelers vormden een mooi opzetje voor het latere vredespaleis. Het innemen van de stad heet de “reductie”, ofwel terugkeer naar de in ontwikkeling zijnde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wat de Latinisten deftig uitfoeteren voor Belgica Foederata. Je moet er maar opkomen! Het deert de Hollanders niet, alles wordt protestants. De woning voor de perfect wordt de woning voor de stadhouder Willem Frederic en zijn vrouw Albertine Agnes. Wanneer je in de prinsentuin onder de boom gaat staan, kun je in de haagjes in de plantsoentjes de letters W en A herkennen. In 1614 krijgt Groningen een universiteit. De Martinitoren was in 1548 maar liefst 127 meter hoog, maar de bovenbouw brandt er in 1577 af. In 1627 bouwt men hem weer op tot 98 meter. Astronomix en de Stadjers zijn ervan overtuigd dat het de hoogste toren van heeeuuuul Europa is.
Photobucket
“Groeninga” in 1650
De nieuwe stadswallen zullen Groningen nog zeer goed van pas komen. Bernhard von Galen wordt in 1650 bisschop van Münster en probeert een absolutistische staat te vestigen en door middel van contrareformatie het protestantisme terug te dringen hetgeen ook het Hollandse protectoraat Bentheim bedreigde en indirect ook grote delen van Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland die altijd bij het prinsbisdom Münster hebben behoord. Daarom ondersteunt Holland de stad Münster in diens poging zijn pre-Galenistische vrijheden terug te krijgen. Dat mislukt en Von Galen valt Nederland tweemaal aan. In 1664, tijdens de Tweede Engels-Nederlandse oorlog met subsidie van Engeland. Die geldstroom houdt in 1666 op en Bernhard ziet zich genoodzaakt de Vrede van Kleef te sluiten. Even later probeert hij het opnieuw, nu als bondgenoot van de Franse “Zonnekoning" Lodewijk de veertiende. Het platteland valt al snel en in het rampjaar 1672 staat hij met veel kanonnen voor de poorten van Groningen, hetgeen hem de bijnaam Bommen Berend oplevert. Astronomix schiet terug met het kanon de Grote Griet:
Grote Griet ben ik gehieten,
Om wijd en weer kon ik wel schieten,
Ik kreeg een kogel in mijn mond,
Ik schoot hem door de Haarder toren en toen nog zeven voet in de grond.
De Grote Griet schoot zoooo nauwkeurig dat ze bij de zuurkool etende Van Galen het bord zuurkool onder zijn neus konden wegschieten zonder het graf van Karel de Grote in Aken te raken. In de twee wereldoorlogen hebben zowel de Duitsers als de geallieerden aspecten van de Grote Griet overgenomen. De Duitsers wilden hun nederlaag bij Groningen wreken en ontwikkelden hun “Dikke Bertha”, terwijl de geallieerden de zuurkoolnauwkeurigheid kopieerden: ze lieten de dom van Aken staan.
Groningen kreeg morele steun van Carl von Rabenhaupt. Hij joeg Bommen Berend uit de provincie en haalde hem over het beleg van Groningen op te heffen, hetgeen niet moeilijk viel, daar Berend en zijn bondgenoten veel nederlagen leden. Uiteraard kreeg Von Rabenhaupt een straat in Groningen en ook nog een buste op de Grote Markt (noordgevel van gemeentehuis):
Photobucket
Andermaal blijkt de onfriese houding van het ex-friese Groningen sterk bepalend voor de toekomst van Noord-Nederland
1700-heden
In het nieuwe Nederland is Groningen officieel niet meer de baas over de rest van de provincie, maar in de praktijk blijft het de dominerende factor. Zeker bij de grote landontwikkelingsprojecten en veranderingen in de waterhuishouding tussen 1700 en 1800. Dat verandert in de Franse tijd (rond 1800). Groningen wordt een provincie met 62 gemeenten waarvan stad Groningen er één was.
Provincialisme (1800-1850) en de-provincialisme (1980-heden)
Zowel platteland als stad worden trots op Groningen als provincie- en als stadsnaam. In de provincie verdringt de Groninger taal het Fries steeds meer waardor een Friso-Saksische taal ontstaat. Stadsgronings blijft in hoofdzaak een Nedersaksische taal die erg veel op de streektalen in Noord Drenthe lijkt, maar door de “lange armen” van de stad kent het Friese en Platduitse invloeden die voor de typische Groninger intonatie en typisch “Duitse” klanken als de ai, ou en ui (denk aan mein Haus versus Nederlands mijn huis of Zweeds / Nederlands-Nedersaksisch mien huus).
Rond 1980 zien we weer zo’n typische manoeuvre waar Groningen groot mee is geworden: Astronomix zweert het provincialisme dat Groningen stad acceptabel maakte voor de provincie, af om de stad zo tot een grote metropool te kunnen laten uitgroeien. Met name een van oorsprong Friese wethouder Gietema pleitte ervoor dat nieuwbouw van bijvoorbeeld bibliotheken, rechtbank en musea in de oude binnenstad kwam in plaats van buiten de stad, zodat op een klein oppervlak een aantrekkelijke versmelting van eeuwenoude historie en futuristische nieuwe architectuur ontstaat. Dat lukte en in 1994 opende Astronomix het Groninger Museum, dat in de zwaaikom van het Verbindingskanaal staat (een zwaaikom is een verbreding zodat schepen kunnen omkeren). ‘T kan verkeren!
Joods leven
Rond 1750 beginnen religieuze minderheden iets meer rechten te krijgen en er vestigt zich een redelijk aantal Joden die zelfs een synagoge neerzetten. Kern was de Folkingestraat, tot in de tweede wereldoorlog. Velen kwamen uit Oost-Europa of Duitsland en de leden van de atletiekvereniging Attila noemen zichzelf in het clublied “Attila’s gevreesde Hunnen”. De Zionisten stappen eruit en richten Ivria op. Een lid, Abram van Adelsbergen, vertrekt zelfs naar Palestina en wordt na 1948 consul voor Nederland.

In april 1945 had Groningen zwaar te lijden van de bevrijding, de noord- en oostzoom van de Grote Markt werden verwoest.
Bevolkingsgroei
1300 6.000
1600 20.000
1800 25.000
1850 35.000
1900 68.000
1940 120.000
2008 175.000 (zesde stad van Nederland)

Epiloog
Voor Randstedelingen is Groningen een PROVINCIEhoofdstad, voor Groningers is Groningen een provincieHOOFDstad. Dat geeft al een beetje antwoord op de vraag hoe Groningen kon uitgroeien tot een willekeurig Drents dorp op de grens van Drenthe en (toen) Friesland: door voor alles en iedereen een grensgeval te blijven en altijd het beste van twee werelden te combineren. Gewoon het principe van de Friese vrijheid overnemen, maar het toepassen zoals het je zelf het beste van pas komt: geen gezag boven je dulden, maar (en dat is niet Fries) vooral niet naast je te dulden! Gewoon wat lippendienst bewijzen aan wereldlijke en kerkelijke heren uit Utrecht en Münster en ze zo snel mogelijk kwijt zien te raken en ondertussen alles en nog wat om je heen de loef afsteken en overheersen.

Ruimtelijk perspectief
Na Karel de Grote keizer van Europa te hebben gemaakt en Den Haag te hebben klaargestoomd de rechtbank van de hele wereld te worden, was Astronomix toe aan een nieuwe uitdaging. Zijn naam eer aandoende zocht hij het in de ruimtevaart. Aletta Jacobsladder was in Nederland de eerste vrouw die aan een universiteit afstudeerde. In 1877 en 1878 legde ze haar examens af en werd de eerste vrouwelijke arts. In 1973 studeerde Wubbo Ockels in Groningen af in wiskunde en natuurkunde en promoveerde in 1978 af op kernfysica. In 1985 ging hij de ruimte in om te controleren dat er uiteindelijk toch niets boven Groningen gaat.
Photobucket..Photobucket
Of waren die A en die W in de Prinsentuin misschien bedoeld voor A Jacobsladder en W Ockels?




1) Deze traditie leeft nog voort in studentenkringen. De meeste studenten komen van buiten de stad en daarom moet iedereen ontgroend worden met behulp van bier. Anders zouden de indringers het geheim ontdekken en een soort vijfde colonne binnen de stad gaan vormen.
2) Hooghoudt is in werkelijkheid de naam van een hoog houten bruggetje over een gracht of ander water: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hooghoudt
3) de straatnaam Hoogstraatje verwijst naar het hoogste punt in de stad
4) Martinikerk: http://nl.wikipedia.org/wiki/Martinikerk_(Groningen)
5) Villa Gruoninga : http://www.cartago.nl/oorkonde/ogd0017.xml
Quapropter ne nos videamur abuti bonis nobis divinitus concessis, omnium Christi nostrique fidelium tam presentium quam futur(orum, universalitati notum) volumus fieri, qualiter nos sanctae Trajectensi ecclesie, in honore sancti Martini constructe, pro Deo animeque patris nostri pie memorie Chuonradi imperatoris remedio, cujus ventris interiora in (ea)dem sepelivimus eccl(esia), cu(i venerabilis Bern)oldus episcopali dignitate dinoscitur decenter et utiliter preesse, necnon ob eternum nostri nominis memoriale tale predium, quale visi fuimus tenere in villa Cruoninga nuncupata, in comitatu Trente s(itum, cum areis, edificiis , manci)piis, agris cultis et incultis, pratis, campis , pascuis, aquis, aquarumve decursibus, piscationibus, viis, inviis, exitibus et reditibus, quesitis et inquirendis, cum omni ejusdem comitatus strictione, monetis, theloneis, causis agendis et discutiendis cum omnibus appendentiis et pertinentiis, que ad presens retineri videntur aut quicquid in posterum ibi Deo adjuvante acquiri potuerit, libera manu dona(ndo) concedimus (et) conce-dendo stabilimus, eo vi(delicet) tenore ut supradictum predium perp(etualiter respon)deat servitio et utilitati fratrum, ibi Deo incessabiliter servientium, scilicet ut ex ejusdem predii utilitate quot annis habeant XXX carradas vini et quicquid remanserit in usus ipsorum a preposito fideliter expendatur. Verum volumus atque immutabiliter statuimus, ut ex eisdem proficuis nemo aliquid prius auferre presumat aut in aliquam partem distribuere audeat, donec illud speciale tributum de carradis vini fratribus persolvatur.

6) terug te vinden in de Gelkingestraat
7) terug te vinden in de Agricolastraat. Astronomix spreekt dit uit als Agri Colastroate, met de klemtoon op de o

Interessant:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Groningen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Groningen_(stad)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hunze
http://www.grunn.nl/historie/grunn.php
http://nl.wikipedia.org/wiki/Villa_Cruoninga
http://nl.wikipedia.org/wiki/Prinsentuin_(Groningen)
http://www.kunstpedia.com/articles/265/1/Op-zoek-naar-de-verloren-tijd---zonnewijzers-in-Nederland/Page1.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksuniversiteit_Groningen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bernhard_von_Galen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gronings_Ontzet
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gronings
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Friesische_Seelande_um_1300.png
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ingveonismen
http://www.mienwebstee.com/mooigroningen.htm
http://www.kunstopstraat.nl/weergave.php?t=buurt&id=1&route_add=







--------------------------------------------------------------------------------------------------
3x3 = 9, een ieder zingt zijn eigen lied
1) Pepergasthuis of St. Geertruidsgasthuis
2) Buste Carl von Rabenhaupt
3) Martinitoren, 3 kerkpersonen: evangelist Bernlef, Martinus van Tours en Rudolf Agricola
4) Martinikerkhof / provinciehuis
5) Conciërgewoningen, huis van de 3 koningen: Alexander de Grote, David en Karel de Grote
6) Prinsentuin
7) Zonnewijzer
8) Eb- en vloedkades
9) Hoge der Aa kade
10) De Der Aa kerk
11) Korenbeurs, 3 Romeinse goden: Mercurius (handel en winst), Neptunus (zee) en Ceres (landbouw)
12) Café “Huis De Beurs”
13) Synagoge:
14) Dienst gemeentewerken
15) Groninger museum
16) Rode Weeshuisstraat
17) Academiegebouw
18) Goudkantoor

1) Pepergasthuis of St. Geertruidsgasthuis
Het Pepergasthuis is een hofje in de Nederlandse stad Groningen. De officiële naam luidt Geertruidsgasthuis, maar het heeft altijd bekend gestaan als het Pepergasthuis, naar de naam van de straat waaraan het is gelegen, de Peperstraat.
Geschiedenis
Het Pepergasthuis is in 1405 gesticht door vader en zoon Solleder. Oorspronkelijk diende het als gasthuis voor pelgrims die naar Groningen kwamen. In de Martinikerk werd een relikwie bewaard van Johannes de Doper, dat zeer veel pelgrims naar Groningen lokte. Vanwege die bestemming werd de kapel, die in 1482 bij het gasthuis werd gebouwd, vernoemd naar Gertrudis van Nijvel, die als Beschermheilige van de reiziger gezien werd.
Het Pepergasthuis verwierf veel landerijen in de omgeving van de stad, met name in Heidenschap (Slochteren) en Beijum. De parochiekerk van Heidenschap en de kapel te Beijum werden vóór 1500 geïncorporeerd in het gasthuis. De priester trad vermoedelijk op als dorpspastoor van Heidenschap tot afbraak van het dorpskerkje in 1589.
Na de reductie in 1594 kreeg het complex, zoals alle katholieke gebouwen, een nieuwe bestemming. Het gasthuis werd een wooncomplex voor oudere stadjers. Groningers van 50 jaar en ouder konden zich inkopen in het gasthuis. Zij kregen dan tot hun dood niet alleen huisvesting, maar ook verzorging. De bewoners werden conventualen genoemd.
Daarnaast werd een deel van het complex ingericht als dolhuis. De arme zielen die hier terecht kwamen konden op zondag tegen betaling bezichtigd worden. In 1702 verhuisden de dollen naar een nieuw gasthuis, het Sint-Anthoniegasthuis aan de Rademarkt.
Het complex is meerdere malen uitgebreid, voor het laatst in 1861.
Huidige functie
In de loop van de 20e eeuw kwamen steeds meer woningen in het complex leeg te staan. De inkoopsom bleek steeds meer een barrière. In 1954 werd daarom besloten dat de woningen ook gehuurd konden worden, waarna de leegstand snel verdween. De kapel is sinds 1991 in gebruik voor oecumene. In de oude eetzaal kan gehuwd worden. De woningen worden nu verhuurd door een woningbouwvereniging en zijn zeer in trek.

2) Buste Carl von Rabenhaupt
Bernhard von Galen werd in 1650 bisschop van Münster en probeerde van dat gebied een moderne absolutistische staat te maken en meteen het protestantisme terug te dringen door een proces van contrareformatie. Hij vormde aldus een bedreiging voor het calvinistische Graafschap Bentheim dat een feitelijk protectoraat was van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Johan de Wit ondersteunde daarom in 1657 een poging van de stad Münster om zijn traditionele vrijheden gewapenderhand te behouden. Dat mislukte echter en het maakte de bisschop tot de gezworen vijand van de Republiek
Carl von Rabenhaupt, ook wel Carel Rabenhaupt, 1602-1675, was Baron van Sucha, Erfheer in Lichtenberg en Fremisnich, Heer tot Grimbach. Hij hielp de stad Groningen zich te verzetten tegen Bernhard von Galen tijdens het Gronings ontzet in 1672.
Carl Rabenhaupt was een uit Bohemen afkomstige edelman. Hij week uit in 1620 en diende in de Zeven Provinciën. Voorafgaande aan het rampjaar 1672 werd hij voor vierduizend rijksdaalders als legercommandant ingehuurd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om de stad Groningen te verdedigen. Op 7 maart 1671 trad hij als kolonel in dienst van het staatse leger en kreeg bevel over een regiment dat zijn naam voerde. Op 31 maart 1672 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal. Nadat zijn troepen op 28 december 1672 Coevorden hadden ontzet, werd hij op 4 januari 1673 benoemd tot burgemeester van Groningen, drost van Drenthe en gouverneur van Coevorden.
Rabenhaupt overleed op 12 augustus 1675 in Coevorden en werd op 3 september 1675 in de kerk aldaar begraven. In Groningen is de Rabenhauptstraat naar hem vernoemd. Een standbeeld (buste) van hem staat naast het gemeentehuis op de Grote Markt.

3) Martinitoren
De drie beelden boven de westelijke ingang hebben alle drie een kerkelijke relatie met Groningen.
Links staat ‘Bernlef’, een blinde, Friese zanger/dichter, die in de achtste eeuw leefde. Vooral op latere leeftijd kreeg hij bekendheid in Groningen en Friesland met zijn geestelijke liederen. Hij zou van zijn blindheid genezen zijn door de prediker Liudger. Samen zouden ze rondgetrokken hebben door het Noorden om het lied van het Evangelie te brengen. Van zowel zijn ‘heidense’ liederen als psalmen is echter niets bewaard gebleven. Ter herkenning houdt hij een harp in beide handen.
In het midden staat ‘Sint-Maarten’, hij leefde in de vierde eeuw en werd op latere leeftijd bisschop van Tours. Hij is de schutspatroon van Groningen en te herkennen aan zijn zwaard. Hiermee sneed hij zijn mantel in tweeën om een deel aan een bedelaar te schenken.
Aan de rechterkant staat ‘Rudolf Agricola’. Hij werd in 1443 in het Groningse Baflo geboren onder de naam Roelof Huysman en ontwikkelde zich tot een van de eerste humanisten van Europese faam. In 1479 vestigde hij zich weer in Groningen. In datzelfde jaar zou Agricola het orgel in de Martinikerk hebben vervaardigd. De miniatuurversie daarvan heeft hij in zijn handen. De beelden staan elk op een console in een ondiepe gotische nis. De nis wordt door twee verticale banen in drieën verdeeld. Door Bernlef en Agricola een kwartslag te draaien en naar Sint-Maarten te laten kijken, heeft Valk ondanks de driedeling een eenheid weten te maken van de figuren.
In de 13e eeuw bouwde men de eerste Romaanse toren, 30 meter hoog. Bij een blikseminslag in 1408 werd deze verwoest. De opvolger werd 45 meter hoog, maar onderging in 1468 eenzelfde lot. Vervolgens bouwde men de huidige, zij het 127 meter hoog. Bij het vertrek van de Spaanse en Waalse troepen in 1577 sloegen de vonken van de vreugdevuren over naar de toren waarop deze gedeeltelijk instortte. In 1627 voltooide men de huidige spits waarmee de toren 97 meter hoog is
4) Martinikerkhof / provinciehuis
Het Martinikerkhof is een van de drie grote open ruimtes in de binnenstad, door de eeuwen heen vooral omgeven door gebouwen met een kerkelijke of bestuurlijke functie. De andere twee zijn de grote markt en de vismarkt. Het is een oase van rust in de binnenstad en dat terwijl het tot in de zeventiger jaren werd gebruikt als. Nu is het voormalig kerkhof bijna volledig autovrij en ademt het de sfeer van een klein parkje.
Martinikerk en de Martinitoren sluiten het Martinikerkhof af van de drukte van de Grote Markt.
De oudste bewoning van het Martinikerkhof dateert uit de vierde eeuw voor het begin van de jaartelling. Op het plein stond van 1112 tot 1627 de Sint-Walburgkerk, een kerkburcht die ook diende als bolwerk van de vertegenwoordiger van de bisschop van Utrecht die ook landsheer was van Groningen. Op de plaats van de kerk eerder al een tweetal houten gebouwen (het eerste ± 650), met mogelijk ook al een religieuze functie.
Op de plaats waar ooit een waterput van de Sint-Walburgkerk was, staat sinds 1990 het kunstwerk 'Het Tiende Teken' (van het stadsmarkeringsproject ter gelegenheid van het 950-jarig bestaan van de stad), eveneens in de vorm van een put. De put, ontworpen door de Franse filosoof Virilio, bedoelt 'uitzicht te geven op het middelpunt van de aardbol, waar verleden, heden en toekomst zich samenballen'. De hoekpunten van het kunstwerk verwijzen naar de negen andere stadmarkeringen.
Het Sint-Walburgkerkhof als begraafplaats is destijds vervangen door het Nieuwe Kerkhof. Het Martinikerkhof (en ook de Martinikerk: voor de 'rijke stinkerds') is in gebruik geweest tot 1828 toen wettelijk niet meer binnen de stadsmuren mocht worden begraven. De oudste graven in het (toen nog heidense) grafveld dateren uit de vijfde eeuw. Een gedenksteen (1810) herinnert aan Regnerus Praedinius (1510 - 1559), rector van de Sint-Maartenschool ter plaatse. Delen van de Sint-Maartensschool (1350) zijn nog herkenbaar in het Provinciehuis.
Op de hoek met de Sint-Jansstraat een beeld (Norman Beckett, 1987) ter ere van Hendrik de Vries (1896 – 1960, dichter en lid van kunstenaarsvereniging De Ploeg). De Vries was verbonden aan het Gemeentearchief dat was gevestigd in het tegenoverliggende pand. Van hem gaat het verhaal dat hij zijn lunchpauzes in de dakgoot van het gebouw doorbracht. Het beeld geeft een compositie van figuren uit het werk van de dichter weer met daarboven een portretkop van De Vries. Tegen de noordwand van de Martinikerk het provinciaal herinneringsmonument 1940-1945 'Sint-Joris en de draak' van (1959).
Aan de noordzijde ligt de prinsenhof met daarachter de Prinsentuin. Tot september 2005 was hier de regionale omroep RTV Noord gevestigd. Direct rechts van de Prinsenhof staat de gardepoort die toegang geeft tot de Turfstraat. In die straat staat een gerestaureerd wooncomplex, de vroegere turfschuur van het Prinsenhof.
Aan de westzijde is in de negentiger jaren van de twintigste eeuw een kantorencomplex gebouwd, genaamd de Prefectenhof. Daarin is een aantal gemeentelijke diensten gehuisvest. Op die plek stond voordien het politiebureau, dat na het vertrek van de politie jarenlang een van de bekendste kraakpanden was in Groningen. De nieuwbouw sluit aan bij het verder monumentale karakter van het Martinikerkhof.

5) Conciërgewoning: huis van de drie koningen: Alexander de Grote, David en Karel de Grote
Vroegrenaissancegevel van een pand uit 1559 uit de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Drie medaillons met Alexander de Grote, David en Karel de Grote
6) Prinsentuin
Achter de prinsenhof vinden we de Prinsentuin (of Prinsenhoftuin). Deze renaissancetuin (1626) bestaat onder andere uit een rozentuin, een kruidentuin en een gedeelte met berceaus.
Met behulp van heggetjes zijn twee letters aangebracht, een W en een A. Dit zijn de beginletters van de stadhouder Willem Frederik van Nassau en zijn vrouw Albertine Agnes van Oranje-Nassau.
De tuin is aan de kant van de Diepenring (Turfsingel) afsloten door middel van een hoge muur. Aan één zijde is nog een stukje van het blauwe muurtje te zien, dat ooit weer bovenop deze muur stond. Het blauwe muurtje, dat in de Franse tijd is aangebracht, moest voorkomen dat men drank over de muur gooide toen de Prinsenhof een militair hospitaal was.
In de tuin een theeschenkerij, die bij mooi weer geopend is. De kastanjeboom in de tuin (1860) wordt wel gezien als bron van kracht en inspiratie.
De Prinsentuin is verder bekend vanwege het jaarlijkse evenement Dichters in de Prinsentuin waarbij bekende en onbekende dichters hun werk voorlezen in de open lucht.

7) Zonnewijzer, enige in Nederland met zowel “Babylonische” als “Italiaanse” uren
Over "de kunstigste zonnewijzers in Nederland" heeft E.L.H.Roebroeck een boekje met uitleg geschreven: De zonnewijzer op de Prinsenhofpoort te Groningen. Uurlijnen, datumlijnen, daglengten, hoe lang de zon nog schijnen zal en geschenen heeft en de tijd van op- en ondergang van de zon, ofwel de daglengte zijn op deze bijzondere en ingewikkelde zonnewijzer af te lezen.
In de muur aan de Turfsingel boven de ingang een fraaie zonnewijzer. Volgens kenners de fraaiste van Nederland. De Zonnewijzerpoort (1731) is in 1953 hersteld. De Latijnse tekst op de zonnewijzer Tempus praeteritum nihil futurum incertum praesens instabile, cave ne perdas hoc tuum. Zou een mooie voor KudoZ zijn.
De vergane tijd is niets, de toekomende onzeker, de huidige wankel. Zorg dat je die van jou niet verspilt.
Of wat statiger:
De verleden tijd is niets, de toekomst is onzeker, de tegenwoordige tijd onstandvastig. Zorg dat ge dezen, die alleen de Uwe is, niet verliest.
Op een internetforum weet een bezoeker een mooiere, vrijere en meer nuchtere vertaling:
Wees zuinig op je tijd, het is het enige in het leven dat vooruit gaat.

8) Eb- en vloedkades:
Vroeger had de Aa via het Reitdiep een open verbinding met de zee. Dat betekende dat eb en vloed een enorme invloed had op de hoogte van het water in het diep. Daarom zien we hier twee soorten kades: eb- en vloedkades. In 1877 kwamen er sluizen bij Zoutkamp waarmee het hoogteverschil verdween. De vele schepen die je hier ziet liggen, zijn meestal bewoond. Laat bij een gesprek met de eigenaar echter liever niet het woord woonboot vallen, want voor de echte Groninger blijft het een schip, een woonboot is in zijn ogen een huis dat bij gebrek aan voldoende ruimte op een soort ponton is geplaatst.

9) Hoge der Aa kade
Hoge der A is de benaming van de straat langs de Drentse Aa tussen de Brugstraat en de Visserstraat. Hoge duidt op de hoge zijde, aan de andere kant van het water heet de straat Lage der Aa. Ik weet niet of de uitdrukking in Groningen is ontstaan, wel is zeker dat de uitdrukking “hoge heren” van een dergelijke situatie afstamt. Bij hoog water bleven de huizen aan de Hoge der A droog terwijl die aan de Lage der A onderliepen. Maar dan is nog niet alles verteld over de hoge heren. Toen de hervormden het voor het zeggen kregen, mochten de katholieken en mennonieten geen kerken meer hebben en kwam men bijeen in schuilkerken. Aan de Hoge der Aa waren veel bierbrouwerijen, maar ook een zeepfabriek, zeilmakerij, aardappelhandel en graanhandel. Veel mensen waren hier doopsgezind en daarom noemde men deze streek Mennistenhemel. Op zondag kwamen mennonieten en katholieken hier samen, zo leidt men af uit de vele inscripties in de kelderbalken van de pakhuizen. Op nummer 9 is Hendrik Willem Mesdag geboren, een naam die bijna iedere Nederlander kent. Uiteraard heeft Groningen ook een H.W. Mesdagstraat.
De Drentsche Aa, in de stad kortweg Aa genoemd, vormde oorspronkelijk de westelijke begrenzing van de stad Groningen. Vermoedelijk heeft de Aa eerder iets oostelijker gelopen, ter hoogte van de Munnekeholm. Langs de Aa ontstond een tweede woonkern in Groningen, naast de waarschijnlijk oudste kern rond het Martinikerkhof en de Grote markt. Deze tweede kern was vooral gericht op de handel. De Hoge der A was de eerste haven in de stad.
Omtrent het gebruik van het lidwoord, de of het Hoge der A, bestaat onduidelijkheid. Astronomix gebruikt meestal het, terwijl de gemeente Groningen een voorkeur lijkt te hebben voor de.

10) Der Aa kerk (kerk van onze lieve vrouwe ter Aa)
Oorspronkelijk (13e eeuw) na de Martinikerk een kerk gewijd aan sint Nicolaas (beschermheilige van zeelieden en handelaars) en Maria. In de vijftiende eeuw werd de kerk uitgebouwd tot een gothische kruisbasiliek. Na 1595 werd de kerk hervormd en de poging de naam te dekatholiseren moet als niet erg geslaagd worden beschouwd. Men wilde uitsluitend de geografische aanduiding behouden (plaats bij de rivier) en verhaspelde “kerk ter Aa” tot “der Aa kerk”. De gemeente Groningen en in diens kielzog de fabrikant van het spel Monopoly pakten het bij het benoemen van de bijbehorende straat handiger aan “A-kerkhof”, vaak uitgesproken als apenkerkhof. Groningen schijnt een patent te hebben op het afbranden van kerktorens. De toren van deze kerk brandde in 1672 af. De tweede stortte in 1710 in. In 1712 bouwde men de huidige toren.
11) Korenbeurs
Vanaf 1750 wordt hier graan verhandeld. De vruchtbare zeeklei en de dominante positie van de stad Groningen boden volop mogelijkheden tot ontplooiing van handelsactiviteiten. De naam van de Der Aa kerk geeft aanleiding te vermoeden dat er vroeger een aftakking met binnenhaven van de Aa is geweest. Het huidige gebouw dateert van 1865 en kenmerkt zich door veel ramen om graan te keuren. Op de gevel ziet men beelden van de 3 Romeinse goden Mercurius (handel en winst), Neptunus (zee) en Ceres (landbouw).
12) Café “Huis De Beurs”
Op de bovenverdieping van dit café ziet men de Martinitoren, de toren van het Academiegebouw, de Korenbeurs, de Vismarkt en de Synagoge. Een pand met een bont verleden, hoewel de kleur rood overheerst. In 1885 richtte Domela Nieuwenhuis hier de Groningse afdeling van de Sociaal Democratische Bond op, voorloper van de Pvda. De gevel bevat dan ook sinds 1985 een gedenksteen met een marxistische tekst. Oorspronkelijk is het de ontmoetingsplek van de graanhandelaren van de Korenbeurs. Ook de handelaren van de Vismarkt beginnen hier vaak de dag. Het logo van het café bevat het hoofd van Mercurius.
13) Synagoge, rijksmonument
Typisch gebouw, doet vanaf de straat een beetje aan als en moskee, vanuit de lucht als een kerk, maar is / was een synagoge. Sinds 1750 staat hier een synagoge. In deze Joodse buurt nam het aantal Joden na 1800 sterk toe, maar er was geen architect onder hen en daarom nam men een kerkenbouwer in de arm. Het Amsterdams-Groningse gelegenheidsduo Tjeerd Kuipers en Y Van der Veen bedachten deze creatie: in principe een kerk, maar van de grote synagoge van Toledo keek men de Spaans-Moorse bouwstijl af, waarmee een uniek gebouw werd gecreëerd.
14) Dienst gemeentewerken
Een mooi voorbeeld van de architectonische bouwstijl van de Amsterdamse school, rond 1925 ontworpen door stadsarchitect Bouma. De felle kleuren en geometrische motieven heeft Bouma ontleend aan de in die tijd florerende Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg. De glimmende dakpannen zijn een bewijs van de invloed van de Amsterdamse school.
15) Groninger museum
In de jaren 60 en 70 bestond aanvankelijk het plan nieuwbouw van faciliteiten in toenemende mate aan de rand van de stad te plannen, veel goedkoper en makkelijker toegankelijk per auto. Met name wethouder voor stadsvernieuwing Ypke Gietema probeerde dit te keren omdat hij vond dat de gevarieerde levendigheid van een oude binnenstad vestiging van musea, rechtbank en bibliotheek vergde. Groningen had destijds min of meer een abonnement op Italiaanse hoofdarchitecten en de Milanees Alessandro Medini ontwiepr het huidige Groninger museum. Ook de plaats is uniek: in de zwaaikom van het verbindingskanaal. Waarom heet dat zwaaikom? Stonden de mensen daar misschien vroeger de treinreizigers op het tegenoverliggende station uit te zwaaien? Niet echt. Het is een plaats waar de schepen konden keren (een zwaai maken).
16) Rode Weeshuisstraat met het rode weeshuis
Gaan we weer de politiek in? Weer een project van Domela Nieuwenhuis? Nee, aanvankelijk woonden hier de begijnen van het Geestelijk Maagden Convent. De hervormden veranderden dergelijke instellingen haast altijd in bejaarden- en weeshuizen. Zo ook deze. De wezen hadden ouders gehad met burgerrechten, vandaar de naam burgerweeshuis of rode weeshuis. Verderop in de Hofstraat was het Groene weeshuis waar de armere wezen werden opgevangen. Evenwel draagt het rode weeshuis de spreuk: geevet milde toe dezen, het is de haerbaerg der arme borger weesen.
17) Academiegebouw
Reeds bij de oprichting in 1614 was de Groninger universiteit hier gevestigd in een aantal voormalige kloostergebouwen. In 1850 verrees een nieuw gebouw dat in 1906 afbrandde. Het huidige gebouw is van 1909 en draagt de spreuk Verbum domini lucerna pedibus nostris (Het Woord des Heeren is een lamp voor onze voeten)
18) Goudkantoor
Het Goudkantoor is een markant gebouw op de Grote Markt. Het is gebouwd in 1635. Oorspronkelijk is het gebouwd als kantoor voor de ontvanger van de belastingen in de provincie. Het heette toen het Collectehuis. De spreuk op het pand, Date Caesari quae sunt Caesaris ("Geef de keizer wat des keizers is") verwijst naar de oorspronkelijke functie.
Op het pand prijkt tegenwoordig het wapen van de stad Groningen. Oorspronkelijk bevond zich daar het wapen van de provincie. Toen de stad het eigendom verkreeg, was het wijzigen van het wapen een van de eerste veranderingen die de stad doorvoerde.
De naam Goudkantoor stamt uit het begin van de 19e eeuw. In het gebouw was toen een waarborgbureau voor gouden voorwerpen gevestigd. In het goudkantoor kon een waarmerk worden aangebracht waarmee werd aangetoond dat het betreffende voorwerp echt van goud was.
Voor de 2e wereldoorlog was het Noordelijk Scheepvaartmuseum gevestigd in het Goudkantoor. In de aanloop naar de bevrijding van de stad, in april 1945, had het museumbestuur de gehele collectie overgebracht naar een pand aan de noordzijde van de Grote Markt. Het bestuur was bang dat het Goudkantoor bij de bevrijding beschadigd zou raken. Na de bevrijding bleek echter dat het Goudkantoor als een van de weinige panden ongeschonden was gebleven. De panden aan de noordzijde van de Grote Markt daarentegen waren grotendeels verwoest.
Na de oorlog heeft het pand dienst gedaan als informatiecentrum (het Stadjershuis), en als VVV-kantoor. Nadat het tijdens de bouw van de nieuwe Waagstraat geheel was gerestaureerd heeft het een horeca-functie gekregen. Het is nu onderdeel van het Waagstraatcomplex, ontworpen door de Italiaanse (alweer) architect Adolfo Natalini.



[Bijgewerkt op 2008-12-04 09:44 GMT]


Direct link Reply with quote
 


There is no moderator assigned specifically to this forum.
To report site rules violations or get help, please contact site staff »


Nabericht powwow Winterswijk

Advanced search






SDL MultiTerm 2017
Guarantee a unified, consistent and high-quality translation with terminology software by the industry leaders.

SDL MultiTerm 2017 allows translators to create one central location to store and manage multilingual terminology, and with SDL MultiTerm Extract 2017 you can automatically create term lists from your existing documentation to save time.

More info »
Wordfast Pro
Translation Memory Software for Any Platform

Exclusive discount for ProZ.com users! Save over 13% when purchasing Wordfast Pro through ProZ.com. Wordfast is the world's #1 provider of platform-independent Translation Memory software. Consistently ranked the most user-friendly and highest value

More info »



All of ProZ.com
  • All of ProZ.com
  • Term search
  • Jobs